Let op: lenen kost geld!


Let op: lenen kost geld!

Na de (gedeeltelijke) overname van Roda JC door Korotaev zijn inmiddels vijf van de 34 BVO’s in handen van een groot aandeelhouder. De Champions League ambitie die de Russisch-Zwitserse suikeroom daarbij uitsprak deed denken aan de tijd dat Jordania onze geel-zwarte buren in handen kreeg.

Sindsdien hebben we een legioen spelers uit Londen voorbij zien komen, maar ondanks de jaarlijkse forse verliezen is de Champions League nog altijd ver weg voor de Arnhemmers. Wel is er geïnvesteerd in een prachtig trainingscomplex, waar wellicht in de toekomst de vruchten van geplukt kunnen worden. Dat maakt het soms lastig in te zien wat de uiteindelijke motieven zijn van deze investeerders. Van Seumeren lijkt het bij Utrecht vooral uit clubliefde te doen, Wang wilde met Ado een link leggen naar de Chinese competitie en wat de plannen van Gün zijn met Fortuna moet nog blijken. Al heb ik van hem vorige week wel een boeiende presentatie gezien, die de gebruikelijke vooroordelen in een ander perspectief zetten. De rol van een grote investeerder hoeft niet altijd slecht te zijn. Zou het ook wat voor De Graafschap kunnen zijn? Gevoelsmatig denk ik van niet en moet deze club altijd van De Achterhoekers blijven. Maar dan moeten we wel met zijn allen blijven zorgen dat het financieel haalbaar blijft. In deze blog geef ik daarom graag een inkijkje in de financiële keuken.

Zondag 31 mei 2015

Een datum die elke echte Superboer nog lang zal heugen. De statistiek is droog: 39ste minuut, doelpunt V. Vermeij, assist J. van Ewijk. Spelers en supporters hielden het echter alles behalve droog. De emoties na de wedstrijd en bij thuiskomst op De Vijverberg waren niet te beschrijven. Terugkeer in de Eredivisie was een feit! Wat echter velen zich waarschijnlijk niet gerealiseerd hebben, is dat als deze wedstrijd verloren was gegaan, het nog maar de vraag zou zijn geweest of ik deze blog vandaag had kunnen schrijven.

2014-2015 was al het derde seizoen in de Jupiler League, tribunes waren grotendeels leeg en ondanks de geweldige apotheose was het seizoen allesbehalve succesvol. Met Pasen was het nog onzeker of we de nacompetitie zouden halen, uiteindelijk eindigden we als zesde en als het doelpunt van Almere in de blessuretijd niet onterecht was afgekeurd, waren we nooit in Volendam geweest. Het was dat seizoen een dubbeltje op zijn kant. En ook letterlijk. We sloten dat seizoen af met een verlies van 1,2 miljoen euro. Het eigen vermogen bedroeg op dat moment 1,5 miljoen negatief. In normaal Nederlands: we stonden 1,5 miljoen euro rood. Nog een jaar Jupiler League zouden we simpelweg niet kunnen betalen. In ieder geval niet zonder nogmaals een beroep te doen op onze aandeelhouders, maar die hadden ons de afgelopen tien jaar al een aantal keren enorm geholpen door miljoenen in de club te stoppen. In zekere zin passen we daarmee in het eerder genoemde rijtje van vijf, met het verschil dat het hier niet gaat om één groot aandeelhouder maar een groep vermogende Superboeren met een groot blauw-wit clubhart. Dit past uitstekend in de kernwaarde “Samen” uit het plan D’ran, maar ik vraag me wel eens af of iedereen zich realiseert hoe belangrijk deze mensen zijn voor het voortbestaan van de club. Bovendien kunnen we niet steeds weer een beroep op hen blijven doen, we zullen uiteindelijk zelf onze (sport)broek op moeten houden. Zo ver waren we echter op 31 mei 2015 nog lang niet.

Categorie 1

Op basis van de jaarcijfers van het seizoen 2014-2015 en de financiële situatie op dat moment werden we door de KNVB ingedeeld in categorie 1. Zeg maar de ‘zorgenkindjes’ van het voetbal. Je moet op dat moment een gedetailleerd plan opstellen waarin je beschrijft hoe je gaat werken aan financieel herstel. Je krijgt drie jaar de tijd om weer min of meer gezond te worden en maakt daarvoor een tijdspad dat bestaat uit negen meetmomenten. Op elk meetmoment steekt de KNVB de thermometer erin om te kijken of je nog op koers ligt om je plannen te realiseren. Zo niet dan volgt een boete, puntenaftrek of uiteindelijk zelfs intrekking van de Licentie.

Vanaf dag 1 – in mijn geval bijna letterlijk: ik begon op 1 maart 2016 en op 4 maart moest het plan van aanpak worden ingediend – zijn we met iedereen binnen de club keihard aan de slag gegaan om te zorgen dat we het hoofd weer boven water kregen. Het belangrijkste daarbij was om de Achterhoek, na drie treurige jaren in de Jupiler League, weer als vanouds Trots te laten zijn op De Graafschap. Want uiteindelijk is deze prachtige club, misschien samen met een weekje Zwarte Cross, elk jaar weer het grootste uithangbord van de regio. De start in de Eredivisie was nog wat moeizaam, maar toen de motor eenmaal begon te draaien, liep het stadion weer ouderwets vol. Met als gevolg dat in het seizoen 2015-2016 de kaartverkoop en horecaomzet hoger waren dan ooit in de geschiedenis van de club. Met dank aan deze geweldige steun van supporters en sponsoren werd een flinke stap gezet in het financiële herstel. We behaalden een winst van ruim 3 ton, wat de afgelopen tien jaar pas één keer eerder was gelukt, waarbij overigens de omzet in dat jaar veel miljoenen hoger lag dan in afgelopen seizoen. Als we ons op de laatste speeldag hadden gehandhaafd, hadden we binnen afzienbare tijd categorie 1 kunnen verlaten. Maar helaas zal 22 mei 2016 om een andere reden in onze herinnering blijven.

Jurjus en Vermeij

Dus begonnen we dit seizoen wederom in de Jupiler League. Niet alleen sportief een tegenvaller, maar ook financieel weer een enorme uitdaging. Slechts weinig clubs blijven in de Jupiler League uit de rode cijfers en met de priemende KNVB-ogen meekijkend over onze schouders moesten we balanceren tussen onze sportieve ambities en financiële (on)mogelijkheden. Gelukkig konden we aan het begin van het seizoen twee meevallers noteren. De eerste was de verkoop van Hidde Jurjus en Vincent Vermeij; twee van de helden uit het Eredivisieseizoen, die ons ruim een miljoen aan transferinkomsten opleverden. Daarmee konden we in één klap een groot deel van ons negatief eigen vermogen wegwerken. Maar de tweede meevaller was misschien nog wel belangrijker: supporters en sponsoren gaven massaal gehoor aan #onzesteunisonvoorwaardelijk. Ruim 5.000 verkochte seizoenkaarten zorgen niet alleen wekelijks voor een goed gevulde De Vijverberg met de prachtige steun aan onze spelers waar Martine in de vorige blog over schreef, maar zorgt ook voor een financiële basis waarmee we de verliezen kunnen beperken. Want om het huishoudboekje financieel op orde te houden, zijn twee dingen noodzakelijk: een goed gevuld stadion en gemiddeld tenminste eens in de drie jaar een seizoen in de Eredivisie.

Hoge spelerssalarissen verleden tijd

Niet meer uitgeven dan er binnenkomt. Het lijkt een eenvoudige opdracht, maar helaas is het dat in de Jupiler League niet. Sterker nog, voor een club van onze omvang is het vrijwel onmogelijk. Reken even mee:

Als we heel erg ons best doen kunnen we de kosten beperken tot 5,5 miljoen. Ter indicatie: de afgelopen tien jaar lagen de uitgaven altijd boven de 6 miljoen. Misschien zou het helpen als we de exorbitante spelerssalarissen eens zouden verlagen? De tijd dat spelers tonnen per jaar opstreken ligt al een tijdje achter ons; spelers bij De Graafschap verdienen een modaal salaris en daarmee zijn we vergelijkbaar met de andere grotere clubs uit de Jupiler League. Bezuinigen op kantoorpersoneel dan? De afgelopen jaren is dit al teruggebracht tot 12 FTE en daarmee moeten we de hele club draaiend houden: kaartverkoop, receptie, administratie, veiligheid, horeca, facilitair, communicatie, commercie etc. De totale personeelskosten liggen rond de 3 miljoen. Dat zijn de totale kosten voor spelers, staf, kantoorpersoneel maar ook de jeugdopleiding. Met 6 ton per jaar geven we relatief veel uit aan de Voetbalacademie, maar vanuit ons beleidsplan hechten we er veel waarde aan dat onze selectie voor een deel bestaat uit regionale spelers. Onze Voetbalacademie zal er dus voor moeten zorgen dat we regionale talenten blijven opleiden en er jaarlijks spelers doorstromen naar onze eerste selectie. Dat daarbij de grootste talenten al op jonge leeftijd door de grote clubs voor een appel en een ei worden weggeplukt, helpt daarbij overigens niet.

Daarnaast betalen we 1 miljoen aan huisvesting. Dat is niet alleen de huur voor één van de mooiste stadions van Nederland, maar ook voor onderhoud, energie, belastingen en verzekeringen. En voor onze trainingsaccommodaties. Daar betalen we nu relatief veel geld voor, doordat deze accommodaties redelijk versnipperd zijn: de beloften spelen in Varsselder, de jeugd bij DZC, er wordt getraind op de Bezelhorst, bij SVDW en soms in Westendorp. Het zou sportief en financieel prettig zijn om dit te kunnen bundelen, bijvoorbeeld op de Bezelhorst, maar daarvoor ontbreken ons op dit moment de financiële middelen.

Personeelskosten en huisvesting zijn daarmee de twee grootste kostenposten. Maar daarnaast zijn er nog diverse andere kosten, zoals de inkoopkosten, busvervoer, veiligheid, kleding etc. Samen goed voor ongeveer 1,5 miljoen, waarbij we uiteraard goed kijken of we ergens kunnen besparen.

Sponsoring kan het verschil maken

Het rekensommetje aan de inkomstenkant is ook snel gemaakt. De mediagelden die we jaarlijks ontvangen liggen vast en zijn in de Jupiler League fors lager dan in de Eredivisie. We ontvangen jaarlijks 5 ton, terwijl we in de Eredivisie nog 1,7 miljoen ontvingen. Deze scheve verdeling is overigens ook een onderwerp in de discussie over een eventuele aanpassing van de competitieopzet. Hier zal iets moeten veranderen om ook de clubs in de Jupiler League levensvatbaar te houden.

Voor de opbrengsten uit kaartverkoop geldt de volgende vuistregel: elke 1.000 seizoenkaarten leveren – inclusief losse kaartverkoop – 2 ton op. Bij 5.000 seizoenkaarten hebben we het dus over een miljoen omzet. Gelukkig lusten onze supporters en sponsoren ook wel een biertje op zijn tijd en is de horecaomzet bij dit aantal bezoekers ongeveer 8 ton. Uiteraard beweegt dat mee omhoog en omlaag bij andere bezoekersaantallen.

Via diverse kleine opbrengsten komt er nog 2 ton binnen. Voor de snelle rekenaars onder ons: daarmee komen deze inkomsten samen uit op 2,5 miljoen. En dat terwijl de kosten uitkomen op 5,5 miljoen, een verschil van 3 miljoen. Dat zou moeten komen uit de sponsoring, maar een dergelijk bedrag halen we alleen in de Eredivisie; in de Jupiler League liggen de sponsorinkomsten tussen de 2 en 2,5 miljoen. We zullen samen moeten zorgen dat onze loyale sponsoren ons ook de komende jaren blijven steunen en daarnaast nieuwe bedrijven uit de regio vinden die hun naam aan de Achterhoekse Trots willen verbinden. Want leven op de pof kan niet meer, we moeten echt Samen D’ran!

Remon Enting

Financieel Directeur De Graafschap

Ps We hebben recent de huidige stand van zaken gecommuniceerd inzake de categorie-indeling. We verwachten na de meeting van de cijfers in maart dat we de stap maken naar categorie 2. In mijn volgende blog kan ik daar meer over vertellen.

Blogoverzicht
Blog delen

Volgende wedstrijd

-

vrijdag 27 oktober 2017, 20:00 uur
De Vijverberg, Doetinchem

Bestel kaarten